Dag 13: Puno - Amantani
21 juni 2006
Om 8 uur pakken we de trici taxi (de riksja in india en de tuk tuk in indonesie) naar de haven. Lekkere chaos en de trici taxi van mij en coen was lekker de snelste :)

Foto: trici taxi
We kopen kadootjes voor ons gastgezin op Amantani, dat schijnt gebruikelijk te zijn. We kopen rijst, pasta en twee kaarsen. Op de loopbrug naar de boot laten we ons nog potloden aansmeren om aan de kinderen te geven.
Na een boottochtje van een half uur komen we bij de Uros eilanden, waar we aan 'land' mogen bij een van die eilanden. Ze zijn gemaakt van riet dat hier in de baai van Puno groeit.
De eilanden drijven maar liggen wel voor anker, omdat ze anders overal heen kunnen drijven. We krijgen eerst in een kring uitleg over de eilanden en de mensen die er wonen. Inmiddels hebben ze via zonnepanelen wel stroom, maar ze leven vooral van vissen en jagen en toerisme natuurlijk. We mogen een tijdje op het eiland rondlopen en ik wil iets kopen in een van de stalletjes waar ze kettinkjes en kommetjes enzo verkopen. Afdingen lukt hier voor geen meter, ze geven geen strobreed toe. Ik loop weg en word niet eens teruggeroepen. Uiteindelijk koop ik alleen een rieten bootje en meteen gaat de boot alweer weg. Best jammer, maar we gaan naar nog een eiland. Dat ene kettinkje wat ik graag wil hebben ligt daar ook en die koop ik snel.
Foto: Uros eilanden en zijn bewoners
De mensen op de Uros eilanden zijn daar gaan wonen omdat ze de inka's wilden ontvluchten. Eerst alleen op boten en later bouwden ze op dezelfde manier hun eilanden. Zo'n boot gaat een half jaar mee voordat ie gaat rotten en een eiland wat in 8 maanden wordt gebouwd gaat 35 jaar mee omdat ze telkens riet erop gooien. Het eiland rot aan de onderkant weg en wordt van bovenaf verder gebouwd. Na 35 jaar loopt een eiland aan de grond en dan is het afgelopen.
Op het tweede eiland is in het eiland een vijver waar de gevangen forellen en andere kleine visjes worden bewaard. Ze hebben echt een heleboel vis al gevangen, dus die hoeven voorlopig geen honger te lijden.
Hierna varen we in 3 uur naar Amantani, het eiland waar we bij ons gastgezin zullen verblijven van 's middags tot de volgende ochtend. Na aankomst worden we onder de gastgezinnen verdeeld. Wij mogen samen met een Indiaas meisje met Beatrice mee, die ik een beetje jong eruit vind zien om een huis en een gezin te hebben. Na een slopende klim de heuvel op blijkt dat zij de oudste dochter is van het gezin. De vader, Cesar, en de moeder, 35 jaar oud, hebben 4 kinderen. Een dochter, Beatrice van 15, een jongen van 11, nog een jongen van 10 die Jong heet en Oskar van 4. Oskar vind ons prachtig en komt telkens voor de camera rennen en lachen en wil dolgraag op de foto. Als ik de foto laat zien op m'n digitale camera en zichzelf ziet vind hij dat geweldig. Z'n broers zijn wat verlegen, maar het Indiase meisje sleurt ze aan hun arm mee naar het plekje waar ze met hen op de foto wil en die mogen wij maken. Opzich een erg aardig meisje, maar heel erg direct en ze wil op alle foto's die ze maakt zelf ook op staan. Best vermoeiend.
Foto: Steffen in onze slaapkamer (de mensen op het eiland zijn helemaal niet zo klein, ze moeten hier zelf ook bukken) en fotomodel Oskar ;-)
Een uur na onze aankomst worden we geroepen voor de lunch: soep met groenten en quinua (een locale graansoort). Erg lekker, vooral omdat ie zo warm is. Daarna krijgen we een ei (van een kip) en wortelvormige aardappels die niet echt ergens naar smaken. Niet heel vies, zeker niet met het zout wat we erbij krijgen. Tot slot een beker warm water met een takje muña, wat sterk naar mint smaakt. Muña zal wel mint zijn in het Spaans/Quechua/enz.

foto: Avondeten en de tuin van ons gastgezin. Het groene stalen hok is de wc.
Daarna worden we naar het plein gebracht waar we starten met de klim naar de top van de berg. Het is best steil en we steigen 200 meter in een half uurtje. Het is best zwaar en warm, maar mijn conditie is goed genoeg om zonder veel moeite de top te halen. Onderweg maak ik veel foto's zodat ik telkens achterop raak en de rest weer moet inhalen.
Aan de top lopen we onder een paar poortjes door en kunnen we de zonsondergang zien. Helaas zijn er wolken, maar aan de andere kant kun je de rode gloed op de besneeuwde bergtoppen van Bolivia zien.

Foto: wandeling naar de top van het eiland en een blije Maaike, die de top heeft gehaald ;-)
Naar beneden gaat een stuk makkelijker en om 6 uur zijn we weer bij de familie. We gaan op bed liggen met al onze kleren aan en al gauw pakken we twee dekens erbij, maar we liggen te rillen van de kou en dat wordt pas beter wanneer we om kwart voor 8 ons eten (cena, avondeten) krijgen. Eerst weer warme soep met dikke vermicelli's, ik krijg het meteen warm! Daarna een soort groente-oliebollen, erg smakelijk en uiteindelijk weer een kopje muna thee.
Daarna worden we door de man des huizes aangekleed in traditionele klederdracht. Een stugge blouse, twee rokken, een band om je middel die mega strak wordt aangetrokken, het lijkt wel een middeleeuws corset wat ik aanheb, en een zwarte sluier met aan de onderkant borduursel in felle kleuren.
De mannen hebben het makkelijk: die doen een poncho aan en een muts op, klaar :)
Foto: Steffen en ik in klederdracht ;-)
Daarna gaan we met het echtpaar en een zoon naar de fiesta, waar we dansen met elkaar en met de lokale bevolking. Het duurt niet erg lang, maar het is wel heel leuk. Aan weerszijden van de feestzaal staat een band die om en om spelen.
De nacht is vast heel erg koud geweest, maar met m'n trui en sokken aan en muts op en met 4 dekens heb ik het heerlijk warm!
